Korte historie

De eerste muzikale manifestaties van de Koninklijke Oude Harmonie van Eijsden (KOH) dateren uit het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw (zie bovenstaande foto).

Aanleiding tot het oprichten van een harmonie is waarschijnlijk het zilveren kroningsfeest van Koning Willem III op 17 mei 1874 geweest. De festiviteiten in Eijsden werden opgeluisterd door ingehuurde muzikanten uit Visé en Luik. Dit is waarschijnlijk de bekende druppel geweest.

Het ontstaan van de harmonie is vooral te danken geweest aan de stuwende kracht van Jonkheer Mr. C.P.G. von Geusau, oud-raadsheer der Provinciale Rechtbank te Maastricht, Guillaume Eugène De Greef, stationschef te Eijsden, Clement Joseph Haenen, koopman, Jean François Pisart, directeur van de Zinkwitfabriek en Theodoor van Tiel, verificateur (belastingontvanger van in- en uitgaande rechten).

Slechts acht jaar is dit muziekgezelschap de enige harmonie van Eijsden gebleven, want in 1882 kwam het tot een scheiding der geesten. Toen ontstond de “nieuwe” harmonie (ofwel de “rooie” op basis van de kleur van hun petten), die vanaf dat moment steeds concurrent gebleven is van de Oude Harmonie van Eijsden (ook wel de “blauwe” vanwege de kleur van hùn uitmonstering). Deze concurrentie heeft in elk geval geleid tot een ongekende muzikale bloei, want beide verenigingen presteren momenteel op het hoogste niveau.

In 1949 werd aan de Oude Harmonie als eerste vereniging in Eijsden het predikaat “Koninklijk” verleend. Dit gebeurde uit erkenning voor het moedige besluit van bestuur en leden, met algemene stemmen genomen, om zonder aarzelen tot ontbinding der vereniging over te gaan toen de bezetter in begin jaren veertig probeerde de Oude Harmonie te dwingen zich bij de Kultuurkamer aan te sluiten.

Sedert 1950 is het met de groei en bloei van de Koninklijke Oude Harmonie van Eijsden in een steeds voorspoediger tempo gegaan. Zo promoveerde de KOH in 1963, o.l.v. de toenmalige dirigent Matthijs Scheffer, naar het hoogste niveau: de Superieure Afdeling.
Nieuwe hoogtepunten waren de muzikale prestaties die in 1988/1989 o.l.v. dirigent Jean Steutelings werden geleverd: een geweldige eerste prijs met lof der jury (330,5 punten) op een bondsconcours in Susteren, gevolgd door deelname aan het Landskampioenschap, alwaar opnieuw (met 324 punten) lof van de jury werd verdiend.

Omdat ook op eerdere concoursen tijdens de jaren tachtig steeds lof der jury (en dus minstens 324 punten) werd behaald, kreeg de KOH van de Limburgse Bond van Muziekgezelschap-pen de eervolle uitnodiging om van de superieure afdeling over te stappen naar de (meer experimentele) concertafdeling. Van deze uitnodiging werd echter geen gebruik gemaakt omdat de KOH geen concessies wilde doen aan de tot dan toe gegroeide muzikale tradities van de vereniging.

In 1989 werd de muzikale leiding overgedragen aan de huidige dirigent Ben Essers. Onder diens bezielende en deskundige leiding werden de successen uit de tachtiger jaren voortgezet. Mede dankzij de inzet van Ben Essers heeft de KOH een reeks opmerkelijke concerten ingezet, waarbij het concert voor Harmonie en Jazzband (uitgevoerd in samenwerking met de Barrelhouse Jazzband). Samen met 5 gemengde koren verzorgde de KOH in 1996 en 1997 een concertcyclus rondom het thema van de Bavarian Highlands. Dit speciaal voor koor en orkest geschreven werk van Edward Elgar werd met veel succes uitgevoerd op enkele belangrijke concertpodia in Geleen, Heerlen en Maastricht. Ook de vocale uitvoering van Phantom of the Opera spreekt nog steeds tot de verbeelding van menig muziekliefhebber.

In 1993 debuteerde de Koninklijke Oude Harmonie op het internationale podium van het Wereld Muziek Concours in Kerkrade. Onder leiding van dirigent Ben Essers speelden de muzikanten daar 330 punten bijeen, met lof en onderscheiding der jury.
Tijdens de deelname aan het WMC van 1997 werd dit resultaat nog aanmerkelijk verbeterd: met 344 punten behaalde de KOH het hoogste resultaat uit haar toch al rijke historie. De KOH verwierf hiermee opnieuw lof van de jury en bereikte met deze eclatante uitslag een 3e plaats in de Eerste Divisie Harmonie-orkesten.
In 2002 nam de KOH weer deel aan een Bondsconcours van de LBM, en scoorde daarbij een verdienstelijke 1e prijs met 84,58 procent. Een voortreffelijke prestatie als men bedenkt dat bij dit concours maar liefst 20 jeugdige muzikanten voor het eerst op het hoogste niveau debuteerden.

Niet alleen de muzikanten van de Koninklijke Oude Harmonie van Eijsden beijveren zich voor de hoogste prestaties, evenzeer de tamboers van de drumband staan garant voor klinkende resultaten. Reeds in 1972 werd de Drumband KOH voor het eerst in haar historie Nederlands Kampioen en men won in totaal zesmaal het Limburgs Kampioenschap.
In 1992, na de komst van hun nieuwe instructeur Hans Croes, trad de drumband toe tot de sectie A-b van de Bond van Limburgse Tamboerkorpsen. Reeds na 2 jaar behaalde Hans Croes met zijn gedegen aanpak enkele grandioze resultaten: 1e prijs met lof tijdens het bondsconcours in september 1994; een prestatie die de tamboers tijdens de daaropvolgende Limburgse kampioenswedstrijden in november 1994 zelfs nog wisten te verbeteren: met een puntentotaal van 93,85% behaalden zij de op één na hoogste score van het kampioenschap (echter net 1% te weinig voor de titel in hun sectie A-b).
Sinds september 1996 staat de drumband onder leiding van instructeur Frank Marx, onder wiens leiding de successen uit voorgaande jaren in stijgende lijn werden voortgezet. Absolute hoogtepunten waren achtereenvolgens het behalen van het Limburgs Kampioenschap in november 1998 (met een ongekend hoge score van maar liefst 97½ % van de maximale 100%), waarna de Drumband KOH op 24 januari 1999 voor de tweede maal in haar 50-jarige historie het Nederlands Kampioenschap in de wacht wist te slepen, thans in de sectie Ab-Podium.
In 2001 nam het Slagwerkensemble van de KOH deel aan de concertwedstrijden voor slagwerk-ensembles op het WMC. Onder leiding van dirigent Frank Marx verzorgden de muzikanten een indrukwekkende uitvoering van het verplichte werk De Bronk (Gian Prince) en het keuzewerk Reflections on the Thirteenth Myth (Vincent Cox). Na afloop ontving het slagwerkensemble een minutenlange staande ovatie van het aanwezige publiek; de 5-koppige internationale jury beloonde dit WMC-optreden met een Eerste prijs (86,03 procent).

Dat echter niet de prestatiedrang alleen voorop staat, moge blijken uit de talloze malen dat de Koninklijke Oude Harmonie van Eijsden jaarlijks uitrukt voor wat het als “sociale” verplichtingen is gaan beschouwen : processies, jubilea, sportevenementen en dergelijke. Het opluisteren van deze evenementen wordt door de gemeenschap zeer gewaardeerd, hetgeen zich manifesteert via een talrijke supportersschare in de eigen gemeente en daarbuiten.

De Koninklijke Oude Harmonie van Eijsden weet zich, naast de enthousiaste en gemotiveerde inzet van haar muzikanten en tamboers, eveneens verzekerd van een zeer actieve Supportersvereniging en een enthousiast damescomité.

Kortom, alle componenten voor een succesvolle voortzetting van de rijke, sociaal-culturele en muzikale traditie zijn nog steeds volop voorhanden.